|
Het bedrag van het niet-recurrent resultaatsgebonden voordeel dat u onder bepaalde voorwaarden aan uw werknemers kan toekennen, wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd.
Op dit voordeel moeten geen RSZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing worden ingehouden. De werkgever moet bovenop de bonus wel een bijzondere bijdrage betalen aan de RSZ van 33 pct.
In 2009 bedroeg het vrijgestelde bedrag maximum 2.314 EUR per jaar. Op 1 januari 2010 werd het bedrag geïndexeerd. Door de negatieve inflatie daalde het bedrag naar maximum 2.299 EUR per jaar.
Deze daling kan gevolgen hebben voor de lopende bonusplannen. Indien in het plan het bedrag van 2.314 EUR is opgenomen en de betaling ervan gebeurt in 2010, moet dit bedrag uitbetaald worden aan de werknemers. Dit betekent echter dat het maximumbedrag voor 2010 (2.299 EUR) overschreden wordt en er dus in principe RSZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing moeten betaald worden op het overtollige gedeelte.
Zowel de RSZ als de fiscus aanvaarden evenwel om voor 2010 de maximumgrens van 2009 (2.314 EUR) te aanvaarden voor de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen die in 2009 zijn toegezegd en waarvoor de overeenkomsten in 2009 zijn gesloten en neergelegd, maar die pas in 2010 worden betaald. Voor de voordelen die voortkomen uit overeenkomsten die in 2010 worden afgesloten, geldt de lagere maximumgrens van 2.299 EUR.
Bron: Tussentijdse RSZ-instructies (www.socialezekerheid.be), Circulaire nr. Ci.RH.242/602.723 (AOIF nr. 10/2010) dd. 27.01.2010.
|