|
In het kader van het welzijn van de werknemers op het werk, dient elke werkgever (ongeacht de grootte van het bedrijf) te beschikken over een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Deze dienst moet tenminste bestaan uit een preventieadviseur die gekozen wordt uit de personeelsleden. In ondernemingen met minder dan 20 werknemers kan de werkgever zelf de functie van preventieadviseur uitoefenen.
Indien de interne dienst niet alle opdrachten die de wet hem toevertrouwt kan vervullen, moet de werkgever aanvullend beroep doen op een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
Deze interne en externe diensten staan de werkgever en de werknemers bij in de toepassing van de welzijnswetgeving (arbeidsveiligheid, psychosociale aspecten, gezondheid, ergonomie, arbeidshygiëne, enz.).
De werkgever moet jaarlijks een verslag opmaken over de werking van de interne dienst. Dit jaarverslag wordt opgesteld door de preventieadviseur. Het verslag over de werking van 2006 moet vóór 1 april 2007 ingediend worden bij de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk binnen de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
De formulieren die dienen ingevuld te worden, zijn terug te vinden op de website www.werk.belgie.be. U vindt er tevens een verklarende nota die richtlijnen geeft voor het invullen van de verschillende rubrieken.
|