|
De overgangsbepalingen van het toetredingsverdrag van 16 april 2003 inzake de toetreding van onder meer Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Slovenië en Slowakije bepalen dat de lidstaten die de overgangsregeling toepassen, de toelating kunnen krijgen om de nationale maatregelen voor een periode van twee bijkomende jaren te blijven toepassen. De Regering heeft beslist om de overgangsperiode, die vandaag afloopt, niet te verlengen.
Dit betekent dat de grenzen vanaf 1 mei definitief opengaan voor de onderdanen van bovengenoemde landen en dat zij bijgevolg geen arbeidskaart meer moeten hebben om hun job in België te kunnen uitoefenen.
Voor Roemenië en Bulgarije wijzigt er voorlopig niets: de onderdanen van deze twee landen hebben zeker tot 31 december 2011 een arbeidskaart nodig om hier te kunnen werken, tenzij zij uitzonderlijk van een vrijstelling zouden kunnen genieten. Voor de aanvraag tot tewerkstelling in een knelpuntberoep werd er een aparte procedure uitgewerkt. De migratiedienst zal de arbeidsvergunning en de arbeidskaart B in dat geval binnen de vijf werkdagen afleveren.
|